Jan Wessel Ham, Wolters Kluwer: “Het boek als vorm is helemaal niet verkeerd.”

Legal Intelligence ging in gesprek met verschillende juridische kennisverspreiders in Nederland. De bibliothecaris, de uitgever, de marketeer. Wat drijft ze, hoe zien zij hun rol en de verandering van de informatiedrager? De vijfde en laatste in deze reeks is Jan Wessel Ham, uitgever bij Wolters Kluwer. Een gesprek over uitgeversbloed, de krachten van Haarlemmerolie en beslisbomen.

 

Jan Wessel begon zijn carrière in de muziekuitgeverij van zijn familie. Hij hield het jaren vol. Toen echter bleek dat zijn vader nog niet klaar was om te verkopen, belandde hij tien jaar geleden via de Telegraaf mediagroep bij de Wolters Kluwer familie. “Ja, ik er heb nooit zo bij stil gestaan. Ik kom uit een familie die kennis deelt. Zij het als docent, zij het in de uitgeverij, zij het professioneel, zij het wat meer amateuristisch.”

 

Was het al vroeg duidelijk dat je in de uitgeverswereld ging werken?
“Nee, ik had een bevlogen geschiedenisdocent op de middelbare school en ben vervolgens geschiedenis gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam in de roerige tijden van begin jaren ‘90. Daar waren de leraren minder enthousiast en was de stof droger dan verwacht. Ik kwam in gesprek met een zakenrelatie van mijn vader, die nam mij een jaar lang onder zijn hoede, overzees. Ik werkte een jaar lang met veel plezier in Amerika bij een bedrijf gespecialiseerd in bladmuziek. Daarna stopte ik definitief met mijn studie en stapte ik in de muziekuitgeverij van de familie.”

 

In 2008 ben je begonnen bij Wolters Kluwer. Wat is de kracht van een goede uitgever?

De kracht zit hem in de spil te zijn tussen interne krachten, de marktvraag en de auteurs. De Haarlemmerolie. Dat is niet veranderd, de interne krachten ook niet, je ziet de marktvraag en wat wij hierop van onze auteurs vragen wel verschuiven. Soms vraagt de markt om stappen. En soms juist helemaal niet. Eigenlijk zijn wij als Wolters Kluwer een afspiegeling van de samenleving.”


Jij bent een uitgever, maar niet de directeur. Waarom niet?
In het verleden was het niet ongebruikelijk dat de directeur zich ook uitgever noemde, maar tegenwoordig is dat vaak niet meer zo. Nu doet de uitgever het uitgeefwerk, en legt verantwoording af bij de directeur. Martin O’Malley, onze Managing Director, zei laatst, ‘Er is hier ontzettend veel gebeurd. Anders werken. Andere structuren. Maar uiteindelijk lijkt de functie van de uitgever onaangetast.”

 

Dat lijkt zo?
“Je kan dat negatief of positief uitleggen. Als je het positief uitlegt dan zijn de uitgevers de spil van de organisatie waar de rest van het bedrijf omheen is georganiseerd. Maar natuurlijk, de tijden zijn veranderd, de informatie is grotendeels hetzelfde gebleven. Dat betekent vooral dat je de informatie anders ontsluit. Voor de uitgever is de wijziging niet zo groot als het voor de klant is.”

 

Wolters Kluwer is een grote uitgever. Is het dan lastiger om stappen te nemen richting de digitalisering?

“Als je het vergelijkt met de andere landen in Europa waar Wolters Kluwer is gevestigd, dan lopen wij in Nederland daarop voor. We leveren al informatie via software, brengen daarmee de klant nog dichterbij het antwoord.”

 

Welke stappen neemt Wolters Kluwer verder?

“We werken meer met beslisbomen. De informatie ontleden en daarbij de vragen stellen, wat is de situatie, wat zegt de jurisprudentie en hoe krijg je dat naast elkaar. Je moet daarvoor je huidige verhalen herschrijven naar een ja-of-nee antwoord, of de informatie andersoortig ontleden naar behapbare onderdelen. In het overheidswezen zijn dit soort modellen bijvoorbeeld erg welkom.”

 

Vertel?

“Een baliemedewerker Burgerzaken heeft niet de tijd om een verhandeling van vier pagina’s te lezen. Die heeft iemand aan de balie staan en die wil weten, wat moet ik nú doen? Met een beslisboom zou men tachtig procent van de vragen direct kunnen oplossen. En als het te ingewikkeld wordt dan kan hij of zij terug naar de back-office. Kijk, dat vind ik het leuke aan mijn baan. Dat je iets kan doen in de tijdsgeest van het moment en de klant zijn of haar werk beter kan laten doen.”

 

En hoe gaat het met de boeken? Worden er nog nieuwe series gemaakt?

“Jazeker, we zijn nu erg actief met onderwerpen als privacy, want de AVG (Algemene Verordening Persoonsgegevens, red.) komt eraan. Daar zijn we klein mee begonnen met een boek over hoe zit het in elkaar en waar moet ik aan denken. Opgevolgd door een werkboek, waarbij er wordt uitgelegd wat je moet doen om je hele privacy-regelgeving intern op orde te hebben, te controleren en te voorkomen dat datalekken kunnen ontstaan. Als je inspeelt op een behoefte die er op dat moment is, dan is het boek als vorm helemaal niet verkeerd. Het gaat erom dat we de informatie leveren. Het had ook in een app kunnen staan, maar onze markt reageert goed op zo’n boek.”

 

We spraken net over digitale beslisbomen, maar een werkboek is dus eigenlijk nog steeds erg succesvol?
“Ja, maar die kan je vervolgens ook weer tot beslisboom ombouwen inclusief to-do list. Dat is wederom dezelfde informatie maar op een andere manier vormgegeven. Het meten van succes blijft wel altijd lastig. Vaak kijken we naar gebruik en dan heb je het over aantallen. Maar het kan heel goed zijn dat iemand één keer een pagina raadpleegt, die daarmee zijn zaak of probleem oplost. Wat zeggen de getallen nu helemaal? Die ene, die klinkt als één. Als duizend het doen dan is het zogenaamd hele succesvolle content. Dat is lastig vergelijkbaar.”

 

Gebruiken jullie daarom ook andere meetmethoden?

“Wij meten vrij veel inderdaad, maar ik blijf daar altijd over nadenken. Welke waarde hang je nu aan bepaalde handelingen? Wat betekent het dat mensen documenten opslaan, printen of annotaties aanbrengen? Misschien hebben ze zoveel te lezen dat ze pagina’s printen, het opzij leggen en vervolgens nooit lezen. We blijven erop inzetten. Want auteurs schrijven om gelezen te worden. Er zijn nauwelijks auteurs die schrijven voor het geld, vooral auteurs die schrijven om gelezen te worden of om kennis te delen. Het is onderdeel van onze functie om dat zo goed mogelijk te ondersteunen. ”